Huurprijsvermindering bij loden leidingen in bedrijfsruimte: de nieuwe norm?

De bewustheid van de schadelijke gevolgen van lood in drinkwater ging gepaard met een actievere zoektocht naar de aanwezigheid van dergelijke leidingen in (huur)woningen. Dat was ook zichtbaar in de rechtspraak. Huurders van woonruimte beriepen zich steeds vaker op de gebrekenregeling van art. 7:204 e.v. BW. Zij voerden daarbij aan dat de aanwezigheid van verhoogd loodgehalte in het drinkwater zorgde voor een vermindering van het huurgenot. Met name in 2021 werden aanzienlijke huurkortingen aan huurders van woonruimtes met loden leidingen toegewezen. De rechtspraak had tot voor kort uitsluitend betrekking op de huur van woonruimte. Op 2 juni 2022 werd echter een opvallende uitspraak gepubliceerd van de rechtbank Amsterdam. De huurder van een bedrijfsruimte kreeg in die uitspraak een huurkorting van maar liefst 60%. Deze uitspraak is de aanleiding van deze bijdrage.

In dit artikel, dat ik in januari schreef voor het tijdschrift Huurrecht In Praktijk, behandel ik eerst de gezondheidsrisico’s van loden leidingen. Daarnaast wordt ingegaan op de toepasselijke regelgeving, waaronder de Europeesrechtelijke Drinkwaterrichtlijn en het Nederlandse Drinkwaterbesluit. Vervolgens wordt er kort stil gestaan bij de juridische kwalificatie van de aanwezigheid van loden leidingen in huurwoningen en bedrijfsruimten. Het artikel wordt afgesloten met het antwoord op de vraag of de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 2 juni 2022 gevolgen met zich meebrengt voor (ver)huurders van bedrijfsruimte.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem gerust contact met mij op.

meer weten over onze expertises?

auteur(s)

Köster Advocaten

deel dit artikel

gerelateerde artikelen

We nemen binnen een werkdag contact met u op