Griffierecht voor WHOA-procedure verlaagd

Per 1 juli 2025 zijn de griffierechten voor procedures onder de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) aanzienlijk verlaagd. De wetswijziging beoogt de drempel tot de WHOA te verlagen, in het bijzonder voor kleinere ondernemingen in financiële problemen. De griffierechten maken het voor deze groep financieel haalbaarder een akkoord ter homologatie aan de rechtbank voor te leggen. De maatregel is opgenomen in de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025 (Stb. 2025, 124) en past in het bredere streven naar toegankelijker en effectiever insolventierecht voor het midden- en kleinbedrijf.

De WHOA in vogelvlucht: een overzicht van de belangrijkste punten

Sinds 1 januari 2021 is de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) van kracht, ingevoerd om het risico op faillissementen wegens hun maatschappelijke en economische impact te beperken. De WHOA maakt het voor ondernemingen in financiële moeilijkheden mogelijk schulden te herstructureren en met schuldeisers een akkoord te sluiten, waarvan de instemming van een meerderheid bindend aan alle schuldeisers kan worden opgelegd. De regeling biedt flexibiliteit, onder meer door bepaalde schuldeisers uit te sluiten en overeenkomsten te wijzigen of te beëindigen. De wetgever veronderstelt dat een onderhands akkoord doorgaans meer waarde oplevert dan een faillissement.

Ingangseisen en startverklaring WHOA

Een schuldenaar kan slechts een beroep op de WHOA doen indien aan specifieke voorwaarden is voldaan. De regeling staat uitsluitend open voor rechtspersonen en natuurlijk personen die een beroep op bedrijf uitoefenen (art. 369 lid 1 Fw); Voorts moet de onderneming aannemelijk maken dat niet langer redelijkerwijs te verwachten valt dat zij haar schulden zal kunnen blijven voldoen (art. 370 lid 1 Fw). Volgens de MvT is hiervan sprake indien de schuldenaar haar huidige verplichtingen nog nakomt, maar een realistisch perspectief op toekomstige betalingscapaciteit ontbreekt. De WHOA-procedure vangt aan met het indienen van een startverklaring bij de bevoegde rechtbank door de schuldenaar, schuldeisers, aandeelhouders of ondernemingsraad, die uitsluitend via een door de rechter te benoemen herstructureringsdeskundige een akkoord kunnen aanbieden (art. 371 lid 1 Fw).

De herstructureringsdeskundige en de afkoelingsperiode

Zowel de schuldenaar als overige belanghebbenden kunnen de rechtbank verzoeken een herstructureringsdeskundige te benoemen, die de haalbaarheid en structuur van een akkoord onderzoekt. De WHOA beoogt daarmee belangenverstrengeling te voorkomen en het vertrouwen van schuldeisers in een realistisch akkoord te waarborgen. Gelijktijdig met de indiening van de startverklaring kan een afkoelingsperiode worden verzocht, waarbinnen de schuldenaar een akkoord kan voorbereiden en aan schuldeisers aanbieden terwijl de onderneming wordt voortgezet. In deze periode kunnen schuldeisers geen verhaal halen op activa van de schuldenaar en kunnen surseance-, faillissementsverzoeken en beslagen worden geschorst.

Het WHOA- akkoord en lopende overeenkomsten

Op grond van de WHOA beschikt de schuldenaar over ruime vrijheid bij het vormgeven van een akkoord, dat naast een financiële uitkering aan schuldeisers ook wijziging van (handels)overeenkomsten of conversie van schulden in aandelen kan omvatten. Kenmerkend is dat rechten van schuldeisers en/of aandeelhouders ten gunste van de schuldenaar worden aangepast, wat weerstand kan oproepen. Om te voorkomen dat individuele schuldeisers of aandeelhouders het akkoord blokkeren, bevat de WHOA bindende mechanismen, waaronder beperking van het stemrecht ex art. 370 lid 5 Fw, waardoor een verplichte debt-for-equity swap mogelijk wordt.

Onder de WHOA kunnen lopende overeenkomsten worden gewijzigd of beëindigd indien noodzakelijk voor herstel van de financiële positie van schuldenaar. Bij weigering van een wijzigingsvoorstel kan hij de rechtbank verzoeken de overeenkomst eenzijdig te beëindigen, waarbij schade in het akkoord wordt betrokken. Arbeidsovereenkomsten zijn uitgesloten (art. 369 lid 4 Fw).

Het WHOA-akkoord biedt de mogelijkheid tot een ordentelijke beëindiging van bedrijfsactiviteiten of liquidatie van de onderneming, waarbij – mits aan de wettelijke vereisten is voldaan – staking buiten faillissement kan plaatsvinden.

De klassenindeling en stemming over het akkoord/ (‘cross class cram down’)

De WHOA stelt de schuldenaar in staat schuldeisers in verschillende klassen in te delen, mits deze classificatie deugdelijk wordt gemotiveerd en de rechter deze bij homologatie toetst. Daarbij moet de wettelijke rangorde van schuldeisers – waaronder concurrente, preferente en boedelcrediteuren – worden gerespecteerd en mag geen schuldeiser door het akkoord slechter af zijn dan in faillissement (‘no creditor worse off’). De schuldenaar komt dan ook in beginsel veel indelingsvrijheid toe bij het vormgeven van de klassenindeling, echter om het risico op afwijzing wegens onjuiste klassenindeling toch te beperken kan de schuldenaar voorafgaand aan het akkoord om een rechterlijk oordeel verzoeken.

Aan iedere klasse wordt een afzonderlijk voorstel gedaan. Stemgerechtigd zijn alleen schuldeisers op wie het akkoord van toepassing is, waarbij de schuldenaar bepaalde schuldeisers expliciet kan uitsluiten.

Alleen uitgebrachte stemmen tellen; onthoudingen blijven buiten beschouwing. Voor aanneming van het akkoord is per klasse vereist dat een meerderheid van de stemmende schuldeisers, die gezamenlijk minstens twee derde van het totale vorderingenbedrag in die klasse vertegenwoordigen, instemt. Indien ten minste één klasse instemt, kan het akkoord ter homologatie aan de rechter worden voorgelegd. Homologatie bindt ook niet-instemmende klassen, mits schuldeisers die bij faillissement een uitkering zouden ontvangen (‘in the money’) niet slechter af zijn; dit mechanisme staat bekend als de ‘cross-class cram down’.

Financieringswaarborgen

Omdat ondernemingen in financiële problemen vaak onvoldoende middelen hebben om een WHOA-traject te financieren, heeft de wetgever de positie van financiers willen versterken. Zo bepaalt (i) art. 42a Fw dat door de rechter toegestane, met zekerheden omklede financiering, niet paulianeus is, en (ii) verrekeningsfinanciering te goeder trouw onaantastbaar blijft (art. 54 lid 3 Fw).

Goedkeuring

Na goedkeuring door de schuldeisers kan het akkoord ter homologatie aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechter bekrachtigt het in beginsel, tenzij een wettelijke afwijzingsgrond bestaat, zoals onvoldoende waarborging van de nakoming of het ontbreken van aannemelijke continuïteit van de schuldenaar. Na homologatie is het akkoord bindend voor alle betrokken schuldeisers, inclusief niet-stemmende stemgerechtigden; contractuele ontbinding is in de regel uitgesloten en vernietiging is niet mogelijk, hetgeen aanzienlijke rechtszekerheid biedt.

Afsluitend

Ervaart uw onderneming liquiditeitsproblemen of verkeert uw handelspartner in financiële moeilijkheden en wilt u weten wat uw mogelijkheden zijn? Neem dan vrijblijvend contact op met het team Herstructurering & Insolventierecht van Köster Advocaten N.V. – we denken graag met je mee!

meer weten over onze expertises?

auteur(s)

Mathijs Scheeren

Pieter van der Bom

deel dit artikel

gerelateerde artikelen

We nemen binnen een werkdag contact met u op