
Appeals in cassation
A legal dispute can have far-reaching consequences. What if the Court of Appeal has ruled against you and you believe it has reached the wrong decision? One route remains: an appeal in cassation to the Supreme Court of the Netherlands.
Cassation is a specialist discipline in its own right. It concerns the law; the facts have already been established. Has the Court of Appeal applied the law correctly? Is its reasoning understandable and sufficient to support its decision? Answering these questions calls for sharp analytical skills, in-depth legal knowledge and experience. It also takes courage: the confidence to challenge established practice or give the Supreme Court an opportunity to develop the law.
Köster Advocaten has had a dedicated cassation practice for many years. We act across the full range of civil law, with a particular focus on employment law, corporate law, liability law and tenancy law. Our cassation lawyers have acted in cases that led to several landmark Supreme Court judgments.
Think about cassation while your appeal is still ongoing
Not every case needs to reach the Supreme Court. Sometimes, changing strategy earlier is the smarter option. That is why we prefer to get involved at an early stage, ideally while your case is still before the District Court or Court of Appeal. This allows us to take a possible cassation appeal into account from the outset and reduce the risk of unwelcome surprises.
Litigation is a specialist discipline, and we know it inside out. Cassation is not always the best way to achieve your objectives. We work with you to identify the best course of action, whether you are acting for your business, as a business owner or as a private individual.
When is cassation worth pursuing?
Not every dispute is suitable for cassation. The focus is on legal errors: has the court applied the law incorrectly, or is its reasoning inadequate? We provide a prompt, strategic assessment of your prospects of success and whether cassation is the right next step for you or your business. We give you a clear recommendation on whether to proceed.
What could cassation mean for you or your business?
Cassation is not an end in itself, but a means of restoring your legal position. We look beyond the proceedings themselves: what can you gain, what are the risks, and which strategy best suits you or your business? An appeal in cassation is only worthwhile if it can lead to a better outcome through a more favourable judgment.
Our commitment to society
Your interests come first, but cassation cases often have implications that extend beyond the individual dispute. Wherever possible, we take account of the wider impact of the proceedings and the precedents they may set. We also welcome cases that seek to advance a wider public interest and are committed to supporting them.
We take this responsibility seriously. That is why we provide pro bono representation in cassation cases of major social significance, including cases concerning human rights or the environment.
What should I do if I have lost in the Court of Appeal?
Would you like to know whether your case has a realistic prospect of success in cassation and whether you can lodge an appeal? A focused assessment will give you the clarity you need. We explain where you stand and what you can do next.
Track record
- HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:753
Swanenberg/Steenbeek: WSNP. Art. 350 Fw. Verzoek van schuldeiser tot tussentijdse beëindiging. Feiten en omstandigheden die reden zouden zijn geweest verzoek tot toelating af te wijzen? Goede trouw-toets. Is hof voorbijgegaan aan essentiële stellingen van schuldeiser? - HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:830
Mahyari/Kosters: Procesrecht. Inzagevordering (art. 843a Rv) na bewijsbeslag. Selectie digitale bescheiden d.m.v. zoektermen; voldoende bepaalde bescheiden? - HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1929
Sijtsma en Sijtsma/Gedeputeerde Staten: Ruilverkaveling. Art. 70 Wilg. Art. 15 Bilg. Beroep tegen besluit tot vaststelling van ruilplan. Moet rechtbank ‘vol’ beoordelen of gedeputeerde staten rangorde zoals bedoeld in art. 15 lid 2 Bilg hebben toegepast? Oproepen van belanghebbenden ten aanzien van wie het ruilplan wordt gewijzigd indien het beroep gegrond is. - HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1188, 20/815
Procesrecht. Aansprakelijkheidsrecht; onrechtmatige daad. Herroeping; achterhouden door wederpartij van stukken van beslissende aard (art. 382 onder c Rv). Kan derde die door curator aansprakelijk wordt gesteld (‘Peeters/Gatzen-vordering’) zich met succes verweren door materiële onjuistheid van aan failliet opgelegde belastingaanslag met formele rechtskracht in te roepen? Geval waarin de fiscus nagenoeg de enige onbetaalde crediteur is. Motiveringsklachten. - HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1757
Consumentenkoop; art. 7:24 BW. Productaansprakelijkheid; afdeling 6.3.3 BW. Tekortkoming verkoper t.a.v. afgeleverde zaak, bestaande in veiligheidsgebrek in onderdeel van die zaak. Doet productaansprakelijkheid van producent van het gebrekkige onderdeel af aan aansprakelijkheid verkoper ingevolge art. 7:24 BW?
- HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677, 20/03877, 20/04329
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve onderzoeken of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW? Ambtshalve aan schending van die informatieplichten te verbinden sancties. Komt gehele of gedeeltelijke vernietiging als sanctie in aanmerking? Eisen die in dit verband worden gesteld aan stelplicht van de eisende partij. Moet art. 6:230u BW ambtshalve worden toegepast? - HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1527, 20/01659
Verbintenissenrecht; huwelijksvermogensrecht. Regresvordering op grond van subrogatie. Schuldenaarschap bij hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van zogeheten Dozy-clausule bij aangaan huwelijkse voorwaarden staande huwelijk. Art. 6:151 BW. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Ontstaansmoment van regresvordering uit hoofdelijkheid. - HR 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:23, 18/04302
Onrechtmatige daad. Handelen namens een ontbonden commanditaire vennootschap. Toerekening van kennis. Schijn van volmachtverlening? Art. 24 Rv. Heeft het hof de feitelijke grondslag van het verweer aangevuld? - HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026, 18/02868
Procesrecht, executierecht. Kort geding. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot ontruiming van een hotel-restaurant (art. 438 lid 2 Rv). Maatstaf: misbruik van bevoegdheid op de gronden genoemd in HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen/Hoekstra) of ruimere belangenafweging? Verhouding tot schorsingsverzoek art. 351 Rv in hoger beroep en incidenten art. 234 en 235 Rv (HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012 (Newbay/Staat) en HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688). - HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1940, 18/01945
Procesrecht. Contractenrecht. Vervolg van HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1408, na verkregen inlichtingen van het hof. Is eindarrest gewezen nadat raadsheer was gedefungeerd? Toepassing HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604 en HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607 en ECLI:NL:HR:2016:2614 (Meavita). Uitleg overeenkomst. Voorlopig oordeel overeenkomstig taalkundige betekenis van bepaling. - HR 20 september 2019 ECLI:NL:HR:2019:1408
Burgerlijk procesrecht. Raadsheer hof gedefungeerd tussen de in tussenarrest vermelde datum van wijzen (tevens datum pleidooi) en datum uitspraak. Is hof uitgegaan van de juiste betekenis van het begrip ‘wijzen’? Toepassing van HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607 en 2614 (Meavita), en HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604. Hoge Raad vraagt op de voet van art. 83 RO informatie aan het hof.
- HR 2 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1062
Strafrecht. Civiele vordering in strafzaak. Erfrecht. Gemeenschap. Bevoegdheid tot instellen vordering door één der erven ten behoeve van de gezamenlijke erfgenamen. Vordering tot schadevergoeding.
- HR 25 januari 2019 ECLI:NL:HR:2019:96, NJ, 2019/58
Procesrecht. Schadebegroting. Vraag of koopovereenkomst tot stand is gekomen. Hoger beroep tegen oordeel over bewijskracht akte in deelvonnis waartegen ook al in een eerder appel was opgekomen. Heeft het hof de ‘éénkeerschieten’-regel (HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3160) miskend? Daarnaast vordering tot vergoeding van schade. Begroting door hof aan de hand van op internet gevonden gegevens. Schending hoor en wederhoor?
- HR 7 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1435, NJ2018/378
Verbintenissenrecht. Procesrecht . Overname accountantskantoor; koopprijs en managementvergoeding onjuist vastgesteld als gevolg van malversaties verkoper. Niet-toepasselijkheid klachtplicht (art. 7:23 BW). Vaststelling schadevergoeding indien eiser omvang schade onvoldoende heeft onderbouwd; schatting (art. 6:97 BW) of verwijzing naar schadestaatprocedure (art. 612 Rv).
- HR 4 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:688
Personen- en familierecht. Partneralimentatie. Gebrek aan draagkracht voldoende onderbouwd? Waardering van inkomensverklaringen van Belastingdienst Caribisch Nederland.
- HR 24 november 2017 ECLI:NL:HR:2017:3016, AR 2017/6225, NJ 2018/153
Procesrecht/aansprakelijkheidsrecht. Getuigenverhoor; vervanging van raadsheer-commissaris die deel blijft uitmaken van combinatie die eindarrest wijst. Aanwijzingen voor ontbreken van onpartijdigheid? Aansprakelijkheid voor gebrekkige opstal die gebruikt wordt in uitoefening van bedrijf. Art. 6:181 lid 1 BW, art. 6:174 lid 1 BW. Eigenschap van de opstal die door het gebruik van de opstal gevaar oplevert. Verband tussen ontstaan van de schade en uitoefening bedrijf. Precisering van HR 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9757, NJ 2010/636 ([B]/Edco).
- HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2614, NJ 2018/43
Personen- en familierecht. Namenrecht Aruba. Erkenning minderjarige; wijziging geslachtsnaam op grond van art. 1:5 lid 1 BWA. Ongelijke behandeling; verwijzing naar HR 23 september 1988, ECLI:NL:HR:1988:AD0437, NJ 1989/740. Kan rechter voorzien in rechtstekort? Aansluiting bij nog niet ingevoerde art. 1:5g BWA en 1:5b BWA.
- HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2563, NJ 2017/409
Verbintenissenrecht. Publiekrecht. Onrechtmatige daad. Onrechtmatige daad gemeente door ‘wegbestemmen’ woning in een bestemmingsplan?; ook sprake van wegbestemmen bij bestaand legaal gebruik? Het niet positief bestemmen van een bestaand legaal gebruik moet aangemerkt worden als ‘wegbestemmen’. Van ‘wegbestemmen’ is niet slechts sprake indien het vigerende bestemmingsplan uitdrukkelijk in een bepaald gebruik voorziet en dat gebruik in planologische zin mogelijk maakt en de bestemmingsplanherziening tot intrekking daarvan leidt.
- HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2277
Civiel recht. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van licht. Akte onduidelijk? Uitleg akte. Betekenis art. 727 BW (oud) BW.
- HR 9 juni 2017 ECLI:NL:HR:2017:1053, JOR 2017/330 m.nt. J. van Bekkum
Onrechtmatige daad/schadevergoeding. Leeghalen van vennootschap door verkoop van activa zonder betaling, waardoor verhaal voor schuldeiser onmogelijk is geworden. Causaal verband, vraag welke verhaalsmogelijkheden er zonder de transactie zouden zijn geweest.
- HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:743, RvdW 2017/527
Contractenrecht. Tekortkoming in nakoming aannemingsovereenkomst. Toepasselijkheid Stabu-voorwaarden; afwijkende afspraken? Art. 6:87 lid 2 BW: is vervangende schadevergoeding gerechtvaardigd, gelet op geringe betekenis van de tekortkoming?
- HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:270
Personen- en familierecht. Partneralimentatie met terugwerkende kracht verlaagd. Terugbetalingsverplichting? HR 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:365. Reiskostenvergoeding die is begrepen in salaris van de man, in aanmerking te nemen bij berekening draagkrachtloos inkomen (of bij vaststelling besteedbaar inkomen)?
- HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1136NJ 2016/299 (Renders/Kocken)
Contractenrecht. Verevening Pensioenrechten/Familierecht. Wederzijdse dwaling (art. 6:228 lid 1, onder c, BW). Kenbaarheidsvereiste. Stelplicht en bewijslast.
- HR 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:543, JOR 2016/213 m.nt. Bergervoet, NJ2016/190
Verbintenissenrecht. Borgtocht; dwaling. Bijzondere zorgplicht van banken jegens particuliere borg (HR 1 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB7632, NJ 1991/759). Komt dwaling omtrent beëindiging faillissement hoofdschuldenaar voor rekening van de borg? Art. 6:228 BW. Uitsluitend toekomstige gebeurtenis?
- HR 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:365
Personen- en familierecht. Wijziging alimentatie met terugwerkende kracht; behoedzaamheid vereist. Vaste rechtspraak Hoge Raad.
- HR 13 november 2015, NJ 2015, 467
Verbintenissenrecht. Uitleg overeenkomsten. De Haviltexmaatstaf is ook van toepassing indien partijen op de tekst van de overeenkomst haaks op elkaar staande bedoelingen en verwachtingen baseren en geen van beider interpretaties aanstonds volstrekt onaannemelijk is. Het hof had dan ook mede in het licht van de door partijen aangevoerde omstandigheden moeten vaststellen welke betekenis aan de desbetreffende passage in de overeenkomst toekomt.Procesrecht. Het stond de man in beginsel vrij om in hoger beroep een ander standpunt in te nemen dan in eerste aanleg, zonder dat hij ertoe was gehouden hiervoor een rechtvaardiging te geven.
- HR 17 april 2015, RvdW 2015, 555
Internationaal privaatrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Ambtshalve onderzoek naar rechtsmacht. Verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis (art. 1076 Rv). Verbonden met de rechtssfeer van Nederland (art. 3 onder c Rv). Verjaring of verval van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging krachtens recht van het land waar arbitraal vonnis is gewezen: weigeringsgrond voor erkenning of tenuitvoerlegging? Art. 1076 lid 1 onder A en B Rv. Verdeling bewijslast. Bewijsaanbod, beroep op schriftelijk bewijs.
- HR 11 juli 2014, JOR 2015/64
Vennootschapsrecht. Verkrijging eigen aandelen. Behoeft een verplichting tot inkoop van eigen aandelen een statutaire grondslag? art. 2:98 BW.
- HR 22 november 2013, NJ 2014, 69, m.nt PvS
Faillissementsrecht. Opzegging bedrijfsruimtehuur door curator na faillissement huurder, art. 39 Fw. Regelmatige wijze van beëindiging. Jegens boedel geen recht op vergoeding gemiste huur, ook niet op grond van contractueel beding in kader van sale-and-leasebacktransactie tussen huurder en verhuurder.
- HR 4 oktober 2013, NJ 2013, 479
IE-recht / Aansprakelijkheidsrecht. Publicatie portret zonder toestemming geportretteerde. Recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer versus recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid; art. 8 en 10 EVRM. Afweging van fundamentele rechten. Maatstaf. Immateriële schadevergoeding. Met de onderhavige onrechtmatige perspublicatie is aantasting in de persoon gegeven; art. 6:106 lid 1 onder b BW.
- HR 3 mei 2013, NJ 2013, 572
Aanbestedingsrecht. Private aanbesteding. Inrichting aanbestedingsprocedure; contractsvrijheid. Partijen in beginsel vrij om toepasselijkheid gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel uit te sluiten. Mogelijkheid van beroep op onaanvaardbaarheid uitsluiting; bijzondere omstandigheden.
- HR 21 december 2012, JA 2013, 41, JOR 2013, 93, NJ 2013,237
Aansprakelijkheidsrecht. Fiscale advisering. Schadevergoeding wegens beroepsfout. Kansschade of proportionele aansprakelijkheid? Noodzaak condicio-sine-qua-non-verband tussen aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis (normschending) en verlies kans op succes.
Frequently asked questions about cassation
I have lost in the Court of Appeal. Is there anything else I can do?
Yes. You can challenge a final judgment of the Court of Appeal by lodging an appeal in cassation with the Supreme Court. This is an ordinary legal remedy under Dutch law. The question is whether the judgment rests on an error of law, or whether the court’s reasoning is inadequate or incomprehensible.
What is cassation, and what is it not?
Cassation is not a third round in which the facts are established, weighed or assessed afresh. The Supreme Court does not reconsider the facts of the case. It examines whether the law has been applied correctly and whether adequate reasons have been given for the judgment. The case cannot simply be reheard, but the Court of Appeal’s judgment can be set aside if it rests on an error of law or flawed reasoning.
How quickly do I need to decide?
More quickly than most people expect. Once the Court of Appeal delivers its judgment, a strict time limit for appealing in cassation begins to run. Crucially, before lodging an appeal, a cassation lawyer must review the file, formulate the grounds of appeal and identify the relevant passages in the case documents. This takes time. Do not leave it until the last moment; contact us in good time.
How long do cassation proceedings take?
Usually between a year and a year and a half, depending on the case. The proceedings are conducted almost entirely in writing; there is generally no oral hearing.
Who can lodge an appeal in cassation?
Only a cassation lawyer: a lawyer authorised to represent clients before the Supreme Court. Your usual lawyer cannot therefore represent you in cassation proceedings, but we are happy to work closely with them. Clients often involve us at an earlier stage so that the prospects of a cassation appeal can be considered from the outset.
How do cassation proceedings work?
Proceedings begin with an initiating document setting out all the grounds of appeal. This is followed by the defence, written submissions from both parties and, where applicable, a reply and rejoinder. The Procurator General then issues an advisory opinion, to which the parties may submit a brief response.
The Supreme Court then delivers its judgment: it either dismisses the appeal or sets aside the judgment under appeal. If it sets the judgment aside, it either decides the case itself or refers it to another Court of Appeal.
discover all expertises
how can we help you?
We will contact you within one working day