Koopovereenkomst voor de aanschaf van een paard

Met 450.000 paarden en een geschatte omzet van 1,2 miljard euro per jaar is Nederland niet meer weg te denken uit de paardensport. Het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN) is het grootste paardenstamboek ter wereld en de paarden voortkomend uit dit stamboek zijn zonder meer succesvol in de internationale paardensport. Zo kwam dertig procent van de paarden die deelnamen aan de Olympische Spelen in Londen uit Nederland.

 

Voor de beslechting van geschillen in de paardensport bestaat er alleen (nog) niet zoiets als “paardenrecht”. Daarom is het gewone burgerlijk recht van toepassing. Het toepassen van het burgerlijk recht op paard-gerelateerde kwesties, ook wel hippisch recht genoemd, vergt nogal wat uitleg, aangezien de paardensport een scala aan eigen gebruiken en vakjargon kent waarvan voor velen de betekenis onduidelijk is. Deze onduidelijkheid noopt in geval van koop/verkoop van paarden tot het vastleggen van de tussen partijen gemaakte afspraken om geschillen te voorkomen. De volgende vragen komen hierbij naar voren: Welke afspraken zijn noodzakelijk? Welke kwesties kunnen zich voordoen in verband met de koop/verkoop van paarden?

 

Koop/verkoop

 

In de paardensport worden paarden verkocht voor zeer uiteenlopende prijzen, waarbij vanzelfsprekend de belangen meer toenemen naarmate de aanschafprijs stijgt. Hierbij is van belang wat voor partijen bij de koop betrokken zijn, namelijk een professionele partij of een particulier c.q. consument. Professionele partijen kopen/verkopen logischerwijs vaker paarden en hebben hier dan ook meer ervaring mee dan iemand die een paard houdt voor de hobby. Desalniettemin is een verkoper (professional of consument) te allen tijde verplicht om de koper volledige informatie te verschaffen (mededelingsplicht). Daartegenover staat de onderzoeksplicht van de koper; de plicht om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen over het desbetreffende paard. Indien de koper/verkoper een professionele partij is, kan worden verwacht dat voornoemde plichten zwaarder wegen dan dat van een particulier kan worden verwacht. Om zo goed mogelijk uitvoering te geven aan de mededelingsplicht en de onderzoeksplicht is het aan te raden een grondige keuring uit te laten voeren door een dierenarts, zodat de (gezondheids)toestand van het paard op het moment van de keuring goed is vastgelegd in een keuringsrapport. De (gezondheids)toestand is dan voor beide partijen transparant en geeft de mogelijkheid een goede afweging te maken om tot koop over te gaan.

 

Non-conformiteit

 

Ondanks het laten verrichten van voornoemde keuring kunnen er alsnog discussies ontstaan over gebreken die opspelen na de koop. Het paard is kreupel, het paard kan niet zo goed springen als door de verkoper verteld is of de ruiter ligt er meer naast dan dat hij erop kan blijven zitten. In dergelijke gevallen speelt de vraag of het paard “conform” de overeenkomst was ten tijde van de koop. Dat wil zeggen: voldeed het paard aan de eigenschappen die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten?

 

In gevallen van non-conformiteit met betrekking tot roerende zaken wordt er in beginsel beoordeeld of de zaak kan worden hersteld. In geval van een gebrek aan een paard brengt dit logischerwijs problemen met zich mee, aangezien een paard “repareren” vaak problematisch of zelfs onmogelijk is. In beginsel ligt het op de weg van de koper om te bewijzen dat het paard “non-conform” is en dus niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. Indien de koper in staat is (voldoende) te bewijzen dat het gebrek dat zich heeft geopenbaard al ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst aanwezig was, kan hij de overeenkomst ontbinden en/of schadevergoeding eisen. Echter, als de koper een consument betreft, liggen de zaken iets anders. Hiervoor geldt namelijk dat, indien het gebrek zich binnen 6 maanden na het sluiten van de overeenkomst openbaart, en de koper klaagt hierover bij de verkoper, dat er dan een wettelijk vermoeden ontstaat dat het gebrek al bij de verkoop bestond en het paard dus non-conform was. Het is dan aan de verkoper om bewijs te leveren tegen dit vermoeden.

 

De vraag is nu: wanneer is een paard non-conform? Het leerstuk van non-conformiteit wordt o.a. beoordeeld aan de hand van de volgende punten:

1.     de aard van de zaak;

2.     de mededelingen van de verkoper;

3.     de eigenschappen die de koper op grond van de overeenkomst

        mocht verwachten;

4.     de geschiktheid voor normaal gebruik.

 

Met deze punten in ogenschouw genomen is het met name van belang dat voor zowel de verkoper als de koper transparant is voor welk gebruiksdoel het paard wordt aangekocht, voor bijvoorbeeld de springsport, de dressuursport of als recreatiepaard? Wanneer dit doel bij beide partijen duidelijk is, kan beter worden beoordeeld of het paard aan de overeenkomst beantwoordt en voor normaal gebruik geschikt is, omdat het paard over de eigenschappen beschikt die van een dergelijk paard kan worden verwacht.

 

Kortom

 

Uit bovenstaande blijkt dat het, met betrekking tot de koop en verkoop van paarden, essentieel is dat er duidelijke afspraken worden gemaakt omtrent zaken als gebruiksdoel, keuringen en overige eigenschappen van het paard. Geconcludeerd kan worden dat het voor zowel koper als verkoper het noodzakelijk is om voornoemde afspraken, tezamen met een advocaat, vast te leggen in een daarvoor bestemde koopovereenkomst, zodat geschillen voorkomen kunnen worden.

meer weten over onze expertises?

auteur(s)

Köster Advocaten

deel dit artikel

gerelateerde artikelen

We nemen binnen een werkdag contact met u op